Ervaringen van Paula Lampe
Eind 1998 verscheen bij Ambo mijn eerste boek Gedeelde kinderen. Co-ouderschap als keuze. Mijn tweede boek schreef ik onbewust voor een selectief lezerspubliek. Uitgeverij Ambo raadde mij aan een educatieve uitgever te benaderen. Bij boekhandel Scheltema in Amsterdam bekeek ik boeken tot ik kramp in mijn nek kreeg. De boeken van Uitgeverij Nelissen sprongen er uit. Lekker in de hand, mooie omslagen en een verzorgd binnenwerk. Voor alle zekerheid noteerde ik ook wat andere uitgevers.
Ik zocht contact met hoofdredacteur Jan de Ruijter om te informeren of er interesse bestond voor de uitgave van mijn manuscript. Zijn belangstelling voor het onderwerp trof me. De envelop paste nog maar net door de gleuf van de rode brievenbus. Binnen een week of drie had ik antwoord. Misschien klinkt dit verrassend, maar in vergelijking met andere uitgeverijen is dat snel.
Jan kreeg nooit een kant-en-klaar manuscript, zei hij. En om dit manuscript geschikt te maken voor hun doelgroep, moesten er wel wat wijzigingen in worden aangebracht. Als de aanpassingen naar wens verliepen, wilde uitgeverij Nelissen het graag uitgeven. Ik wachtte nog wat reacties van andere uitgevers af. Jan belde na enige tijd. Samen in zee?
Ik hakte de knoop door, paste de tekst aan en leverde zo'n vijf maanden na ons eerste contact het uiteindelijke manuscript in. Tussentijds hadden we een aantal malen persoonlijk contact, waarbij Jan de meeste kilometers overbrugde. Het plezierige contact deed mijn aanvankelijke schroom al snel verdwijnen.
Februari 2002 verscheen mijn boek Het Moeder Teresasyndroom. Het motief van de hulpverlener. Jan kwam op zijn vrije middag helemaal naar de boekwinkel van Scholten's Wristers in het Academisch Ziekenhuis Groningen en overhandigde mij het eerste exemplaar. Ook Mary Hoogendoorn van marketing en promotie was erbij. Ik kende haar, want reeds voor de verschijning van het boek stortte de media zich op mij. Gezamenlijk hieven we het glas, want daar lag het: ons boek.
We konden trots zijn. De media hielden ons nog een poosje bezig. Ik gaf radio- en televisie-interviews. De pers zocht contact, vakbladen stuurden journalisten en fotografen. Marketingmanager Pieter Zwart en Mary coachten mij waar nodig. Hetgeen betekende dat media-optredens ter plekke of samen achteraf werden geëvalueerd. Waren er nieuwe recensies, dan kreeg ik een e-mail, waardoor ik ze zo kon nalezen op de recensiepagina op de website van Nelissen. Ook was er nog een juridisch akkefietje over de titel van het boek. Opnieuw kon ik op de uitgeverij terugvallen; directeur Dick Boer schakelde de juridisch adviseur van de uitgeverij in. Ik voelde me gesteund.
In de afname van mijn boek heb ik alle vertrouwen. De afdeling marketing en promotie van de uitgeverij volgt een gedegen strategie. Anders dan bij een reguliere uitgever, waar de verkoop alleen via de boekhandels plaatsvindt, bereiken de meeste boeken van Uitgeverij Nelissen via een groot adressenbestand de doelgroep rechtstreeks met de mooi uitgevoerde catalogus en de periodiek DocentenNieuws. Klopt na verloop van tijd het resultaat niet met hun verwachtingen, dan stellen ze de strategie zo nodig bij.
Voor het manuscript van mijn tweede boek het publicatietraject in ging, informeerde Jan waar mijn volgende boek over gaat. 'Er is in het onderwijs behoefte aan een bepaald boek. Echt iets voor jou, dachten wij.' Wil je het overwegen?
Jan de Ruijter en de toenmalige adjunct-uitgever arrangeerden een gesprek bij een onderzoeksinstelling gespecialiseerd in het onderwerp van mijn derde boek.
Binnenkort lever ik een proefopzet in. Boeken schrijven is een eenzame bezigheid. Als auteur weet je niet beter, maar van het uiteindelijke product geniet je met gedeelde trots. En bij Uitgeverij Nelissen voel je dat al tijdens het schrijven.
J92f63PLuHpjEYIBcsJwpA%3D%3D